De monumentenvereniging ontstaat op één januari 1961 en krijgt de naam "Vereniging 15 april 1945".
De "Monumentenvereniging 15 april 1945" gevestigd te Doesburg, wordt opgericht op twintig mei 1967, als voortzetting van de "Vereniging 15 april 1945" en bij Koninklijk Besluit van zeventien augustus 1967 goedgekeurd onder nummer 128.

Het tiende lustrum wordt gevierd in september 2011 in de Grote of Martinikerk. 

Cultuurhistorische waardenkaart

Vanwege het 50-jarig bestaan van de Monumentenvereniging, is een  cultuurhistorische waardenkaart aan de Gemeente  aangeboden als jubileum kado, waarbij is overeengekomen dat die kaart onlosmakelijk deel uit  maakt van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit, pdfnota_ruimtelijke_kwaliteit_doesburg_low.pdf  het nieuwe beleidskader aangaande alles wat met Ruimtelijke Kwaliteit te maken heeft.

Aan de hand van die kaart kan de Gemeente o.m. de nog circa 200 daarvoor in aanmerking komende panden als gemeentelijk monument aanwijzen.

De Monumentenvereniging overweegt daarna de nu bestaande verzameling keldergegevens nog uit te breiden met die gemeentelijke monumenten.

pdfcultuurhistorische_waardenkaart_structuur_doesburg_.mei2011.pdf
pdfcultuurhistorische_waardenkaart._bebouwing_doesburg._jan._2013.pdf

CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART DOESBURG

In ons land is er geen plek zonder cultuurgeschiedenis, waarbij historische karakteristieken een verbindende schakel tussen verleden, heden en toekomst vormen en daarmee van grote waarde zijn voor de samenleving.

Dit erfgoed is zo bepalend voor onze identiteit, versterkt ons welbevinden en is bovendien een economische factor. Het kan dus een sterke bijdrage leveren aan de kwaliteit van onze leefomgeving. Erfgoed vormt daarom een steeds belangrijker uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen en een essentiële factor voor ruimtelijke kwaliteit. 

Eén van de peilers van de in 2009 gestarte herijking van het landelijke monumentenbeleid is om de zorg voor de bebouwde omgeving meer te borgen via de ruimtelijke ordening. Aanvullend op de traditionele en objectgerichte bescherming van monumenten zal de monumentenzorg zich steeds vaker richten op historische omgevingen (traditioneel aangeduid als beschermde stads- en dorpsgezichten), om te dienen als uitgangspunt en inspiratie voor nieuwe ontwikkelingen. Bij de traditionele aanpak worden cultuurhistorische waarden vaak pas laat in het planproces getoetst en vormen daardoor een belemmerende factor. Door vroeg in het planproces aanwezige kansen en mogelijkheden inzichtelijk te maken kunnen cultuurhistorische waarden optimaal benut worden. Dit levert naast een tijds- en kostenbesparing ook een aanzienlijke  kwaliteitsverbetering op bij het beheer, de conservering en ontwikkeling van ons erfgoed.

Om deze reden heeft de Monumentenvereniging 15 april 1945 het initiatief genomen om voor het historische centrum van Doesburg een Cultuurhistorische Waardenkaart op te laten stellen. Deze kaart is ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de vereniging op 9 september 2011 aan de gemeente Doesburg aangeboden.

bedreigingen

Tijdens de voorbereiding, beoordeling en uitvoering van bouwplannen in de historische Doesburgse binnenstad worden vaak onverwachte – en op dat moment vaak ongelegen – ontdekkingen gedaan. Daarbij moet niet alleen gedacht worden aan historische kelders, vloeren en kappen, maar bijvoorbeeld ook aan vensters en historische afwerkingen. Zoals in vrijwel alle Nederlandse binnensteden blijken de beschermde monumenten niet altijd de panden met de hoogste bouwhistorische waarde te zijn. Deze vaststelling heeft vooral te maken met de wijze waarop in het verleden het grootste deel van de monumentenlijsten tot stand is gekomen. De toekenning van de monumentenstatus was vooral gebaseerd op een architectonische beoordeling van de voorgevel. Omdat voorgevels vaak meerdere malen aangepast en/of vernieuwd zijn, leveren zij onvermijdelijk een onvolledig beeld op van de historische structuur van de stad. Daarbij komt verder nog dat aan het eind van de vorige eeuw de gemeente Doesburg wel het initiatief heeft genomen voor het opzetten van een eigen gemeentelijke monumentenlijst, maar dit heeft nooit geleid tot voordracht en plaatsing van de daarvoor geselecteerde panden. Veel van de historische bebouwing is dus onbeschermd. Het beschermde stadsgezicht stelt op het niveau van het bestemmingsplan wel regels voor drastische ingrepen als de sloop en herbouw van panden, maar biedt geen concrete mogelijkheden voor het behoud van belangrijke bovengrondse cultuurhistorische waarden. Voor archeologische waarden is het rijks- en gemeentelijke beleid veel verder ontwikkeld en de wet- en regelgeving op dit gebied is in Doesburg op orde.

inventarisatie

Duidelijk is dus dat grote delen van de binnenstad op historisch gebied nog onontgonnen terrein zijn en dat de ruimtelijke ontwikkeling van dit gebied en daarmee de historische structuur van de bebouwing en de datering ervan nog veel vragen oproepen. Met name panden zonder een monumentenstatus worden door onwetendheid het meeste bedreigd.

Om een aanzienlijk deel van het kennishiaat uit de lucht te nemen zijn door middel van een inventarisatie de aanwezige cultuurhistorische waardevolle  bebouwing en structuren in kaart gebracht. Het belangrijkste doel van deze waardenkaarten is om onbekende doch potentieel waardevolle bebouwing en structuren te signaleren en zo meer inzicht te geven in de onbekende waarden achter de gevels. Aan de hand van deze waardenkaart kunnen in het kader van het gemeentelijke monumentenbeleid voorwaarden geformuleerd kunnen worden voor de omgang met nog aanwezige bouwhistorische waarden, waaronder het plaatsen van panden op de gemeentelijke monumentenlijst. Hiermee kan voorkomen worden dat bij bouwactiviteiten belangrijke onderdelen niet herkend worden en zo in de container verdwijnen.

De bouwhistorie legt zich vooral toe op het onderzoek van fysieke onderdelen als constructies, materialen, afwerkingen en de ontwikkeling daarvan. Bij de opstelling van de cultuurhistorische waardekaart is verder gekeken dan de gebouwen; ook de onderlinge samenhang daartussen en de stedenbouwkundige structuur zijn gewaardeerd. Het aanzien van de stad wordt in niet onbelangrijke mate bepaald door de inrichting en vormgeving van de openbare ruimte. De stad heeft in de loop der tijd een ontwikkeling doorgemaakt en is daarbij nogal veranderd. De logica die in de historische ontwikkeling van de stad schuilt is waardevol en biedt inspiratie om het onderscheidende karakter van de Doesburgse binnenstad te behouden.

De cultuurhistorische waardenkaart is in een aantal stappen tot stand gekomen. Ervaringen in o.a. de steden Amsterdam, Zwolle en Nijmegen hebben geleerd dat bij het zoeken naar vermoedelijke, onbekende en ontbrekende waarden, een systematiek die gebaseerd is op ‘reductie’ efficiënt werkt. Op redelijk betrouwbare wijze kunnen zo de verschillende gebieden worden uitgesloten waar geen cultuurhistorische waarden te vinden zijn. Deze aanpak is ook voor Doesburg ook goed toepasbaar gebleken. Het kadastrale minuutplan van 1832 speelt een sleutelrol bij deze werkwijze. Allereerst is door vergelijking van het huidige stadsplan met het kadastrale minuutplan nog bestaande bebouwing die dateert van voor 1832 in beeld gebracht. Vervolgens worden gebieden waar tussen 1832 en heden aantoonbare, perceelsoverschrijdende schaalvergrotingen hebben plaatsgevonden gekarteerd. Hiermee ontstaat een overzicht van gebieden waar de perceelsgebonden bebouwing en parcellering van voor 1832 nog intact is. De na 1940 gerealiseerde bebouwing is apart weergegeven. Deze analyse was er geheel op gericht om zo nauwkeurig mogelijk vast te stellen waar nog bouwhistorische waarden zouden kunnen voorkomen. Dit heeft geleid tot enkele kaarten die de basis en de verantwoording vormen voor de uiteindelijke cultuurhistorische waardenkaart. De kaarten vallen uiteen in historische kaarten, reductiekaarten en combinatiekaarten en maken bepalende aspecten van de ruimtelijke ontwikkeling van de stadskern inzichtelijk. Het gaat om de volgende kaarten:

historische kaarten
Kaart door Jacob van Deventer van Doesburg, gemaakt omstreeks 1560
Kaart door Nicolaes van Geelkercken van Doesburg, gemaakt omstreeks 1655
Kaart door Joan Blaeu van Doesburg, uitgegeven omstreeks 1649 en heruitgegeven en aangepast door Frederick de Wit omstreeks 1698. Kadastrale minuutplan van de gemeente Doesburg sectie C, vastgesteld in 1832.

reductiekaarten
- gevels en bouwblokken in 1832
- oeverlijnen in 1832

combinatiekaarten
- vestingstructuren
- waterstructuren
- wegenstructuren
- bebouwing
- kelderkaart

Deze werkzaamheden zijn in het voorjaar van 2011 uitgevoerd door arcx, buro voor monumentenzorg en cultuurhistorie uit Doesburg in co-productie met SB4 Bureau voor Historische Tuinen, Parken en Landschappen uit Wageningen. 

werkwijze
Omdat een vlakdekkend onderzoek waarbij alle interieurs verkend worden om praktische redenen niet wenselijk en ook niet haalbaar was - nog los van het feit of daarmee de gewenste informatie verzameld kan worden - diende het onderzoek zich te baseren op beschikbare bronnen buiten de objecten. 
Vanwege de beperkingen die dit oplevert - de beschikbare middelen stonden niet toe om aanvullend archiefonderzoek in het gemeentelijk bouwarchief uit te voeren - is een substantieel deel van de waarderingen uitgedrukt in een verwachtingswaarde. Binnen het onderzoeksgebied zijn alle huizen individueel gewogen en voorzien van een waardering. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in locaties met aantoonbare, verwachtte, mogelijke en geen bouwhistorische of architectuurhistorische waarden. De grens van het onderzoeksgebied valt gelijk met die van het huidige bestemmingsplan Binnenstad.
De historische ruimtelijke ontwikkeling van Doesburg is redelijk gedetailleerd beschreven in de recent door de Monumentenvereniging 15 april 1945 uitgegeven Monumentengids. Relevante gegevens uit deze publicatie zijn gebruikt bij het opstellen van de kaarten.
De waardenkaart moet niet worden gezien als een statische vaststelling van waarden. De kaart geeft een stand van zaken weer en zal na de verwerving van nieuwe (onderzoeks)gegevens steeds geactualiseerd moeten worden. Daarom heeft de kaart een dynamisch karakter en kan de indicatieve waardering eenvoudig worden aangepast.
Het kaartbeeld van de Cultuurhistorische Waardenkaart bood tevens de mogelijkheid om de voorlopige resultaten van het door de Monumentenvereniging uitgevoerde kelderproject weer te geven. Dit is gedaan door de aangetroffen keldervormen naar type te coderen en deze met iconen of kleurvlakken op een aparte kaart te zetten. Op deze wijze leveren de resultaten van deze inventarisatie een inhoudelijke bijdrage aan de waardenkaart en wordt een overzicht verkregen van de geïnventariseerde objecten.

waardering
Binnen het onderzoeksgebied zijn vlakdekkend alle bebouwingsobjecten en de aanwezige structuren voorzien van een waardering in drie gradaties: hoog, positief en indifferent. Panden met een beschermde monumentenstatus zijn apart weergegeven. Wanneer op grond van historische gegevens, verschijningsvorm, locatie en/of kaartvergelijking het vermoeden bestaat dat een object cultuurhistorisch waardevol is of waardevolle elementen bezit, is een verwachtingswaarde toegekend. De feitelijke waarde kan in die gevallen alleen met aanvullend onderzoek vastgesteld worden.

Hoge cultuurhistorische waarde (donkerblauw)
Objecten, ensembles of structuren bouwhistorisch, architectuurhistorisch en/of historisch geografisch of landschappelijk van groot belang voor de structuur en/of de betekenis van het gebied.
Behoud en bescherming is wenselijk dan wel noodzakelijk.

Hoge cultuurhistorische verwachtingswaarde (midden blauw)
Objecten, ensembles of structuren met een onbekende bouwhistorische, architectuurhistorische en/of historisch geografische of landschappelijke waarde. Naar verwachting op grond van hun verschijningsvorm, locatie en/of historische gegevens bouwhistorisch, architectuurhistorisch en/of historisch geografisch of landschappelijk van groot belang voor de structuur en/of de betekenis van het gebied. Voor het vaststellen van deze waarden is aanvullend onderzoek noodzakelijk.

Positieve cultuurhistorische waarde (lichtblauw)
Objecten, ensembles of structuren bouwhistorisch, architectuurhistorisch en/of historisch geografisch of landschappelijk van belang voor de structuur en/of de betekenis van het gebied.
Behoud (en bescherming) is te overwegen.

Indifferente waarde (geel)
Objecten, ensembles of structuren bouwhistorisch, architectuurhistorisch en/of historisch geografisch of landschappelijk van weinig belang voor de structuur en/of de betekenis van het gebied.
Behoud is mogelijk, maar niet noodzakelijk.
Bij de waardering van de gebouwen zijn de ‘Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek’ voor zover van toepassing gevolgd. De gepresenteerde waarden staan los van de desbetreffende bouwtechnische toestand, gebruikersbelangen, planologische overwegingen en financiële aspecten. Bij het toekennen van een hoge, positieve of indifferente waarde of het uitspreken van een verwachtingswaarde is bij gebouwde objecten vooral gekeken naar architectonische en bouwhistorische waarden. Daarnaast zijn ook algemeen historische waarden, stedenbouwkundige waarden en waarden vanuit de gebruikshistorie bij de beoordeling betrokken. Alle bovengenoemde deelwaarden zijn getoetst aan de criteria gaafheid (authenticiteit) en zeldzaamheid.
Bebouwing die in zijn geheel na 1965 gerealiseerd is heeft vanwege een beperkte ouderdom in beginsel een indifferente waarde gekregen.
De cultuurhistorische waardenkaart geeft op detailniveau een goede indicatie van de mate waarin rekening moet worden gehouden met nu onzichtbare waarden bij ingrepen in de stadskern. Daarmee wordt inzicht verkregen in specifieke waarden ten einde zo optimaal mogelijk gebruik te kunnen maken van de aanwezige kansen en mogelijkheden. De kaart is daarmee een nuttig instrument om in een vroeg stadium van de planvorming te raadplegen wanneer er sprake is van ruimtelijke ontwikkelingen in de breedste zin. Het ligt voor de hand om de gegevens van de kaart te koppelen aan het gemeentelijke beleid en te vertalen naar het bestemmingsplan van het onderhavige gebied. De kaart vervult daarnaast een signaalfunctie, aan de hand waarvan bepaald kan worden of, en zo ja in welke omvang, aanvullend onderzoek noodzakelijk is.

arcx en SB4 
Samenwerkingsverband Ruimte & Erfgoed
www.ruimte-en-erfgoed.nl

juli 2011